Maike Jeuken,
Nederlandse freelance journalist. Participant #3

Mijn kennismaking met een daglichtlamp

 

Journalist Maike Jeuken sliep slecht. In haar zoektocht naar een betere slaap, bleef er iets onderbelicht: daglicht.
Voor de Good Light Group schrijft ze over haar ervaring met de Sparckel daglichtlamp.
 

Gewoon lekker slapen: niet altijd eenvoudig

 

Slapen. Gewoon goed en lekker slapen. Voor veel mensen de normaalste zaak van de wereld. Helaas niet voor mij. Jarenlang vond ik het een pittig klusje dat ik maar lastig onder de knie kreeg. Daarom nam ik, samen met 750.000 andere Nederlanders, regelmatig een slaappil. Niet iets om trots op te zijn maar het was wel een slaapgarantie. In doordrukstrip. Geen duurzame oplossing voor mijn slaapprobleem, dat begreep ik ook wel. Mijn huisarts, die dat bevestigde, moedigde me aan het slaapprobleem aan te pakken. En zo gezegd zo gedaan. Ik verslond boeken, raadpleegde kenners en dompelde me onder in alles wat wetenschappers en deskundigen erover kwijt wilden. Mijn missie was helder: ik zou weer zelf leren slapen.

 

Een slaapprobleem oplossen lukt niet overnight

Over mijn zoektocht naar een betere slaap schreef ik een artikel voor Mezza, de zaterdagbijlage van het AD en haar regionale titels.
Naar bed met dikke sokken, oordopjes, oogmasker, melatoninetabletjes, wietolie en luisteren naar witte ruis; ik heb het allemaal gedaan.
Eén ding werd me duidelijk: het oplossen van een slaapprobleem kost tijd. Dat doe je niet over night. Het doorvoeren van meerdere kleine verbeteringen maken samen het verschil. Zo leerde ik onder andere mijn avondactitiveiten rustig af te bouwen, bracht ik routine aan in mijn avondritueel, reduceerde ik borrels en hapjes en stuurde ik mezelf op een vaste tijd naar bed. Daarbij bleef het slaapkamerraam open en de telefoon beneden. Makkelijk was het niet maar beter werd het wel. Inmiddels slaap ik lekker en zijn de doordrukstrips het huis uit.
 

‘Ik zag iets over het hoofd: daglicht’

Dat het onderwerp leeft, merkte ik aan de vele reacties die ik op het artikel ontving. Eén daarvan kwam van Jan Denneman, oprichter van de Good Light Group. Of ik wel eens had stilgestaan bij het effect van daglicht en hoe dat de kwaliteit van je slaap beïnvloedt. Ehhm…
Tijdens mijn research voor het artikel had ik natuurlijk veel gelezen over licht. Maar vooral hoe het licht van laptop en telefoon de werking van melatonine verstoort. Buiten het feit dat deze apparaten niet bevordelijk zijn voor het doven van je gedachten. Tot zover was ik gekomen. Maar daglicht? Hoe kan ik dat over het hoofd zien?

 

Liefde voor licht

Mijn interesse is gewekt. In de gesprekken die volgen vertelt Jan meer over de werking van daglicht. Hoe het je gezondheid raakt en de kwaliteit van je slaap sterk beïnvloedt. Over de gevolgen van te weinig daglicht en hoe dat je biologische klok ontregelt. Terwijl ik altijd al een liefhebber ben geweest van licht, gaat er een wereld voor me open. Ik hou van licht; in een donker huis voel ik me minder fijn, in een kantoor of restaurant zit ik het liefst bij het raam en later als ik groot ben wil ik een auto met glazen dak. Licht licht licht. Zo veel mogelijk daglicht. En hoe stom ook: nooit eerder legde ik de directe link tussen daglicht en gezondheid, bioritme en humeur. Je zou gerust kunnen stellen, en vergeef me de inkopper, dat ik het licht zag.

Een experiment? Kom maar op!

Iets met oude mensen en een rare tafellamp, dat was zo ongeveer mijn beeld bij een daglichtlamp. Dan had je last van de donkere winter, zoiets. We blijken overdag inderdaad veel licht nodig te hebben. Goed licht is volgens Jan net zo belangrijk als gezond eten en gezonde lucht. Het maakt je overdag fitter, je stemming is opgewekter en je hebt een betere nachtrust. Voilà, het missende stukje in mijn gepuzzel met een betere slaap. Op de vraag of ik wat voel voor een experiment hoef ik niet lang na te denken. Jazeker. Ik wil het graag zelf ondervinden: wat doet goed daglicht met mij?

 

Kennismaking met een daglichtlamp

In een grote doos ontvang ik een zware, staande lamp. Het is een kantoor model en dat treft; als journalist type ik me een hoedje achter mijn bureau. Het licht van de lamp, zo lees ik in de handleiding, moet op mijn ogen vallen. Pas dan kan het licht wat voor me betekenen. Arbodiensten schrijven voor dat er slechts 500 lux lichtsterkte op een bureau mag schijnen. Veel te weinig om er gezondheidstechnisch profijt van te hebben. Daarvoor -leer ik nu- heb je minstens 1000 lux nodig.
Omdat ik als zzp’er mijn eigen arbo ben, zet ik de lamp opgetogen naast mijn PC. Morgenochtend gaan we het zien.

 

‘Alsof de zon opnieuw opkomt’

Mijn werkkamer is op zich niet donker; het bureau staat tegen een raam en ook links van me zijn ramen. Tegen 09:00 uur ’s ochtend ga ik aan het werk. Door te draaien aan een ringetje in de zwarte poot, doe ik de Sparckel lamp aan. Mijn kantoortje vult zich met fris, wit licht. Alsof de zon een herkansing krijgt en opnieuw opkomt. Al snel wen ik aan de nieuwe lichtbron en ik geniet van mijn werkplek. Het lijkt alsof ik me accuut fitter voel en ik heb zin in mijn werkdag.

In de loop van de dag verandert het licht mee. Geleidelijk neemt de sterkte af, net zoals het buiten gaat. Tegen de avond geeft de lamp een sfeervolle gloed. Maar hoe gezellig ook, ik hou het voor gezien. Morgen weer een dag.

 

‘Zonder daglichtlamp lijkt het een regenachtige dag’

Het duurt niet lang of we raken aan elkaar gehecht, de lamp en ik. ’s Ochtend tijdens het ontbijt verheug ik me al op het licht in mijn werkkamer. Ik fantaseer erover hoe fijn het zou zijn als ‘ie hier was, de lamp. In de keuken en de niet al te lichte woonkamer zou hij ook niet misstaan. Het frisse licht maakt me opgewekt, merk ik. Eigenlijk wil ik niet meer zonder. Om het verschil te ervaren -ik zit tenslotte in een experiment- draai ik de lamp soms even uit. Dat voelt gelijk onprettig. Als een regenachtige namiddag in november, ongezellig en grauw. Terwijl het in werkelijkheid zomer is, halfbewolkt en droog. Alle andere lampen in mijn werkkamer branden nog wel. Ik kijk om me heen en kan me nauwelijks voorstellen dat ik dit normaal vond. Dit is het licht waarin ik jaren werkte en dat altijd gewoon prima leek. Maar nu zie ik het verschil. En belangrijker nog: ik ervaar het. Een gezonde lichtsterkte doet me goed. Snel die lamp weer aan.

 

Een natuurlijke blijmaker en onbeperkt voorradig

Over mijn nachten ook geen klachten; inslapen gaat prima en ik word tussendoor niet wakker. Ook lijkt het alsof ik iets dieper slaap dan anders. Ik ben eruit: voor mij is het experiment geslaagd. Meer daglicht maakt me energieker. Ik zit alert, fit en -ik verzin het niet- blijer achter mijn bureau. Een vondst. Ook al is het vrij logisch, verklaarbaar en al lang wetenschappelijk aangetoond, maar voor is het een eyeopener.
Ons daglicht: vrolijkmakend, gratis en bovendien onbeperkt voorradig. Ik vind dat een prettig rijtje. Dat zoiets eenvoudigs en natuurlijks als daglicht je humeur kan verbeteren, dat is toch mooi? Meer naar buiten is het nieuwe devies. Vooral het sterke ochtendlicht ga ik vaker meepikken. En tot slot de daglamp. Wat kan ik zeggen? Het was een verrassende kennismaking. Wat mij betreft is het aan.